Het weer begint een beetje op ons systeem te werken. DDan zit je in het land van zon en zee en dan regent het of is het zwaar bewolkt. En volgens alle weersvoorspellingen blijft het nog zeker een week zo...we blijven dus wit, een mooi bruin kleurtje zit er voorlopig niet in.
Gisteren namen we jammer genoeg afscheid van ons hostel in katoomba en van de leuke mensen daar. Een treurige dag met echt belgenweer. Enigste lichtpuntje: we reden terug naar Sydney om Richard te bezoeken. We hebben samen gelunched en hij heeft ons wat leuke plekjes in zijn buurt laten zien. Tegen 17 h lieten we dan Sydney uiteindelijk achter ons om de kust naar het zuiden af te rijden, op zoek naar een beetje zon en warmte. Rijden is hier echter niet van het plezantste. Grote snelwegen kennen ze niet echt en de gewone highway heeft ontzettend veel snelheidsbeperkingen. We komen eindelijk vooruit aan een tempo van ongeveer 65km/h, niet zo veel om zo'n groot land te bezoeken. We hopen nu een mooi plaatsje aan het strand te vinden om toch wat zonnestralen te vinden
Tuesday, March 2, 2010
Sunday, February 28, 2010
not so blue sky in the blue mountains
Intussen zijn we alweer een paar dagen verder, tijd vliegt...
We hebben een hele hoop leuke mensen ontmoet in het hostel en daar hebben we de laatste dagen al heel veel tijd mee gespendeerd. Donderdagavond ontmoetten we Richard, een leraar engels/freelance schrijver uit Sydney. Vrijdag, na veel te lang aan de ontbijt tafel te hebben gehangen (lijkt wel een trend, veel te veel te babbelen, veel te gezellig) besloten wij (wij 3, richard en Sven, de duitse thesis student) om samen een bushwalk te gaan doen. Wandelingen starten hier bovenaan de kliffen en vandaar kun je diep de vallei in. De meeste toeristen lopen slechts tot een bepaald uitkijkpunt, meestal bovenaan de klif, of gaan een niveau lager. Wij zijn volledig tot aan de voet van een waterval af gedaald, via een aantal ijzeren laddertjes enzo, waar er geen toeristen meer kwamen. Vervolgens een fikse wandeling door het regenwoud en natuurlijk sterven op de zware klim naar boven. Het weer was niet super, maar toch warm genoeg om goed te zweten. Als beloning trakteerden we onszelf daarna op een lekker stuk taart en besloten we met zijn allen ook te koken. Vooral Sven de student was erg blij daarmee, want voor zijn eigen alleen doet hij meestal de moeite niet. Helaas vertrokken beide heren zaterdagochtend al terug naar Sydney. Wij moesten ook naar Sydney af zakken voor de BBQ en besloten niet via de directe weg te gaan maar een slingerweg door de blue mountains te nemen, met mooie panorama zichten. Onderweg stopten we ook nog aan een oud treinstation waar nog een stoomtreintje reed (voor Bart) en aan botanische tuinen.
Tegen 18.00 vonden we dan het huis van Mark en Martine (weer leve de 1000 pg dikke stratenatlas van Sydney) waar we een super hartelijke ontvangst kregen en ingeleid werden in de wondere wereld van australiana, giftige spinnen, papegaai achtige vogels (diegene die bij ons klagen over een kraaiende haan, of kirrende duiven zijn nog nooit wakker gemaakt door een schreeuwconcert van papegaaien), aussie lifestyle BBQ, en australisch bier. Nog eens bedankt, Martine, Mark en Ruben en we kijken al uit naar jullie komst in augustus!
Helaas was de 'thuiskomst' iets minder, er was een grote massa nieuwe mensen toe gekomen en die namen het niet zo nauw met properheid in de keuken en met nachtlawaai. In de kamer naast ons zat een ouder koppel dat niet vond dat ze stil moesten zijn. Gans de nacht lawaai, gesmijt met deuren, gesmijt met bestek etc (en hete ging niet om een echtelijke ruzie). Gelukkig zijn ze al weer weg. Ik ben erg onbeleefd geweest tegen hen. Ik was nogal kwaad toen ik er veel te vroeg uit moest (Kai kon ook niet slapen) en toen ik de man in de gang tegenkwam kreeg hij van mij meteen te horen dat ze veel te luidruchtig waren.
Dit keer geen uitgebreid ontbijt want vandaag hebben we, samen met de hollandse meiden, de Jenolan Caves bezocht, een heel uitgebreid en mooi/spectaculair grottencomplex. Er zijn zoveel grotten dan er ieder half uur wel een tour naar een andere grot vertrekt. Wij kozen voor de 'Orient', (= schitterende schat), een grot waar we anderhalf uur lang het ene moois na het andere moois zagen, zoiets kun je niet op foto vast leggen. Na het bezoek besloten we geen tweede grot te bezoeken want we waren allemaal erg moe (een mens wordt nogal moe van in het donker rond te lopen). We zijn dus vroeg naar het hostel terug gekeerd om op het gemak wat te lezen, schrijven, thee drinken, kai een dutje laten doen...
Morgen laten we de blue mountains achter ons. We rijden nog even terug naar Sydney om Richard te bezoeken en daarna trekken we verder, op naar melbourne. We weten nog niet waar we naar toe gaan, we zien wel waar we geraken.
Thursday, February 25, 2010
blue mountains
Eindelijk zijn we eens een paar dagen op de zelfde plaats. We zijn neergestreken in de Blue mountains, een paar tiental kilometer buiten Sydney. 'T is te zeggen, wat hier voor bergen doorgaat is gelijk de Ardennen voor ons. We zijn hier gisteren aan gekomen. Eerder in de voormiddag bezochten we Koala Sanctuary, volgens de brochure 4 hectare gelegen in parkgebied. In werkelijkheid een verouderd dierenpark tussen 2 grote straten geklemd. Een beetje raar ook om een hoop beestjes die we al in overvloed in het wild tegen gekomen zijn nu in kooitjes te zien zitten. Cynisch ook als we langs de kaketoe kooi lopen land er net een 'vrije' kaketoe op de kooi die een beetje tegen zijn soortgenoten begint te kwetteren. Het vliegt hier dan ook vol kwetterende, krijsende parkieten, kaketoes en dergerlijke. Maar we hebben koalas gezien, en dat was uiteindelijk het doel. Rond 12.00 was er dan een koala 'streel' moment. Eén van de beestjes werd van zijn tak geplukt, omgekocht met een paar takjes eucalyptus bladeren en bleef braaf verder zitten slapen op de rand van de koala leefruimte. En terwijl mochten we allemaal in een rij gaan staan en 1 voor 1 de koala strelen en een foto nemen etc. Wij bleven netjes wachten tot het grote volk weg was en dan was het Kai zijn beurt. Ons klein mannetje had helemaal geen schrik en begon de koala direct te bepotelen, en voor het eerst bleek ook dat het beest toch een beetje leefde (vroeg zich waarschijnlijk af wat er aan zijn pels aan het trekken was). Enkele andere toeristen hadden het natuurlijk in de mot en lap, alle cameras boven want 'there is a baby with the koala....so sweet!!!' .
Na Koala Sanctuary gingen we verder op zoek naar een frigobox en het is uiteindelijk een typische bak voor hier geworden: je koopt een grote zak ijsblokken langs de weg of in supermarkt, kapt die leeg in je box en voila, koeling voor drie dagen. Goedkoop en efficiënt.
Daarna reden we door naar de blue mountains. Het weer was al gans de dag kwakkelachtig en het blijft hier ook zo, alleen een paar graden kouder zodat we hier steeds in pullover moeten rondlopen. In Katoomba, het centrale stadje hier, bleek accomodatie alweer duur en moeilijker te vinden dus we besloten gewoon naar enkele budget hostels (jeugdherbergen) op zoek te gaan. En de eerste was meteen de goede. Eindelijk nog eens zo'n typisch backpacker plaatsje met gemeenschappelijke keuken en gemeenschappelijke eettafel, heel veel zetels en zithoekjes etc. De verhuurster wou ons eerst persé een klein huisje apart in een dorpje verder aanbieden, kwestie van met Kai rustig te zitten en de andere mensen ook storen maar ons ventje is over het algemeen heel flexibel en rustig dus wij zijn tevreden met een kamer in het hostel. Plus leuk om gewoon 's avonds met andere reizigers aan tafel te schuiven en verhalen uit te wisselen. Gisteren avond zat hier bijv een oudere brit die aan het rondreizen is met zijn zoon (18-20 jaar). Die was namelijk geboren toen de brit een kleine wereldreis aan het doen was en de jongen wou graag eens zijn geboorteplaats zien. Verder een koppel uit Texas die een ganse uitleg deden over Obama en de gezondheidszorg in de US, een duitser die in Sydney zijn thesis komt doen, een koppel spanjaarden, een koppel finnen en nog wat andere nationaliteiten.
Voor de rest hebben we in Katoomba nog niet veel gedaan, behalve een wandelingetje. Er zijn hier rotsen en veel ook en onze vingers jeuken om te klimmen, wat moeilijk is zonder ons klimgerief. Dus wij op zoek om materiaal te huren maar dat gaat niet lukken want je kunt hier enkel wat initiatie met een gids doen, duur en voor ons helemaal overbodig.
Maar we hebben een paar jaar terug in Fontainebleau nog met een aussie die hier woont en vroeger hier klimgids was, geklommen. Volgens een paar andere locals hangt hij hier nog ergens rond dus sebiet gaan we hem eens een mailtje sturen en wie weet lukt het ons toch nog om een klimmeke te versieren. En zijn zus heeft hier in de buurt ook een klimzaal. Het zou in ieder geval leuk zijn om hem nog eens terug te zien.
Verder zijn we zaterdagavond ook nog uitgenodigd bij Mark en Martine, de schoonzoon en dochter van onze buren in Brugge die vele jaren terug naar hier zijn verhuisd. Zij hebben ons gevraagd voor een echte Aussi BBQ....joepie!!
Wednesday, February 24, 2010
exit Taz, enter Sydney
Onze trip door Tassie zit er op. En blijkbaar hebben we heel veel geluk met het weer gehad. Normaal gezien is het weer hier veel wisselvalliger maar wij hebben langer dan een week prachtig zomerweer gehad. Gisterenavond is het dan echt beginnen regenen en waaien. Op de kampplaats hebben we ' s avonds nog een Amerikaans koppel dat in Sydney woont ontmoet. Zij waren ook op reis met hun dochterje die 1 week ouder is dan Kai. Natuurlijk wisselden we ervaringen en weetjes over de kindjes uit. Deze morgen moesten we trouwens ook op hetzelfde uur op de luchthaven zijn dus hadden de 2 pagadders uitgebreid de tijd om elkaar te 'ontdekken'. Nu ja, na wat lachjes over en 't weer was het eerste wat ze deden elkaars tut af pakken. 't is eens iets anders dan de vredespijp roken.
We hebben in een recordtijd een paar duizend kilometers getourd en hebben daardoor maar een momentopname van de mooiste plekjes van Tasmanië gezien. We hadden het liever anders gezien, 11 dagen is absoluut niet genoeg om dit mooie eiland te zien.
GElukkig wel de Tasmaanse Duivel gezien, maar de platypus (het vogelbekdier) blijft voorlopig nog een mysterie, zelfs in het wildlife park in Sydney zat hij verstopt in zijn terrarium (voor de mensen met goede ogen: zie verhaaltje op de foto).
Het inleveren van de camper ging erg vlot. Ze keken amper na of er iets kapot was, of niet proper ofzo. Toen we ze de schade aan het dak toonden dachten ze eerst dat het niet eens van ons was (ofwel was dat een test). Blijkbaar hebben ze dit constant voor en toen ze merkten dat we de all-in verzekering hebben waren ze zelfs vrij laks, we komen er vanaf met een schadevergoeding van 45 euro, oef!!! Intussen hebben we ook nagevraagd of je met een baby echt zo'n monster mobilhome moet nemen ipv een kleiner camionetje. Blijkbaar mag zo'n camionetje toch (hadden we dat geweten) dus we hopen in Sydney alsnog een klein busje te pakken te krijgen ipv onze auto. Duimen maar...
UPDATE: intussen zijn we een (horrible) dag later. Wij hebben dus geen klein campertje te pakken gekregen. We werden er zelfs mee uitgelachen. De verhuurder wou ons precies zo snel mogelijk weg, weer de zoveelste toerist dus. Onze auto zelf is een redelijk sjiek ding (Toyota Camry = Toyota Avensis), helaas wel een automatic wat rare gevolgen kan hebben als je je linkse voet durft gebruiken om te remmen. Voor ons bijna een reflex omdat we gewoon zijn met links de koppelingspedaal in te duwen die er bij een automatic niet is dus duw je gemakkelijk op de rem. En dan staat de auto direct stil. Niet leuk bijv op de autostrade ofzo.
We kregen vage aanwijzingen over het tolsysteem hier dat enkel met een electronisch pasje is dus na veel zoeken konden we onze auto online registreren. Overtreding kost namelijk heel veel dollars. Verder kregen we wat vage aanwijzingen om naar een shoppingcenter in de buurt van het verhuurbedrijf te rijden. We zijn namelijk op zoek naar een klein frigoboxje om in de auto aan te sluiten om toch wat dingen koel te houden.
Nodeloos te zeggen dat we het niet vonden. Na wat rondrijden uiteindelijk de MC donalds binnen gestapt voor gratis WiFi, en dan de weg door deze grootstad gezocht via google en google maps. De kampeerwinkel kon ons niet helpen (in dit filiaal) maar we kregen wel een telefoonboek van stadsgids mee waar we nu mee door de stad navigeren.
Later vonden we dan toch nog een shoppingcenter. Tegen Zessen reden we dan richting koala sanctuary park waar koalas opgevangen en gekweekt worden. We wilden in de buurt een hotel vinden. Tegen 10 uur 's avonds waren we nog steeds op zoek. Groot Sydney zit stampvol kregen we uiteindelijk te horen. Er is 1 of ander festival aan de gang. Een vriendelijke receptioniste wilde ons uiteindelijk helpen, vooral toen ze hoorde dat we een verdrietige baby bij hadden. Zij kon via haar online hotel systeem vrije kamers opsnorren: de keuze: kamers tussen 500 en 900 dollar of 1 à 2 uur van sydney vandaan rijden. Oeps....
Gelukkig konden we dan toch nog in haar hotel terecht, er ging een gast pas smorgens in checken en wij konden zijn kamer krijgen. Nog steeds duur binnen ons budget, maar ja, 't was een slaap plaats, en een schoon sjieke :)
Nu hebben we net een lekker ontbijt achter de kiezen, mogen genieten van gratis Wifi en zitten even op ons gemak.
Kai is op zijn paasbest gekleed want sebiet gaan we koalas spotten en aaien etc...joepie!!!
Monday, February 22, 2010
cruisen in Taz
Intussen zijn we heel wat dagen verder, en aan het einde van onze Taz-trip.
Op de campsite van Craddle mountain NP was er internet, maar heel traag dus konden we niet echt een verslag uploaden. In het NP besloten we eens te meer niet de typische dagjesmensen wandeltocht rond het meer te doen (bijna alle NP hebben hier iets met een meer te doen) maar om een 'bergje' te beklimmen om van daaruit beter uitzicht te hebben. Wisten wij veel dat die bergtop zowat eht begin is van de fameuze overland track, een meerdaagse trektocht die in onze eigen ogen vrij gemakkelijk is, te zien aan de mensen van allerlei slag en conditie die in karavaan aan de track begonnen. Desalnietemin begon het bij ons te kriebelen en was 't niet wegens tijdsgebrek, we hadden de rugzak met tent en slaapzak op de rug gesmeten en we waren weg...
Na Craddle mountain NP wilden we in 1 trek door rijden naar de andere kant van het NP, waar je zowat half het eiland moet voor af rijden. Maar halverwege besloten we om af te draaien naar de westkust van Tasmanië omdat we toch nog een dag over hadden. Volgens de reisgids moesten we in het stadje Strahan zeker de cruise naar de ingang van de haven plus de rivier op in het regenwoud doen. Dus, naar stadje gereden, cruise geboekt, geen zin om op de camping neus aan neus met al de andere toeristen te staan dus op zoek naar een plaatsje om wild te staan. UIteindelijk eindigden we op de parking van Ocean Beach, naast een aantal andere campers. Weer een prachtig strand plus west gelegen dus dat beloofde een mooie zonsondergang te worden. Tegen zonsondergang was de parking al vol gestroomd met mensen die naar de zonsondergang kwamen kijken. Ik had intussen een pasta schotel gekookt en tot groot jolijt van andere toeristen installeerden wij ons aan de picnic tafel, met een fles tasmaanse wijn en uitzicht op de ondergaande zon. Prachtig, daar werden we even stil van, tussen ons zitplaatsje en tienduizende kilometers verder, Argentinië, niets dan oceaan...'t werd nog een gezellige avond, met de andere campertoeristen die daar ook bleven overnachten. Reiservaring en levensvisies uitwisselen bij een glas wijn, even hadden we soulmates gevonden.
De volgende dag gingen we cruisen. We hadden de luxueze versie genomen om plaatsjes met een uitzicht te hebben. Dus de komende 5 uren hebben we ons bezat aan champagne en ons kas volgestoken met eten. Ja, je moet waar voor je geld kiezen hé. De cruise bracht ons eerst naar 'Hells gate': de heel smalle ingang van de haven ('t stadje ligt in een beschermde baai waar de rivier Gordon ook uitmondt). Onze cruiser van ci. 8m had maar een paar meter langs beide zijden overschot. Daarna konden we een viskwekerij bezien waar oceaan forel wordt gekweekt. We kregen zelf een kleurenstaal kaart te zien: restaurants en kopers moeten maar laten weten welk kleurtje van zalmroze de vis moet zijn. De kapitein wist tijdens het varen ook heel wat verhalen te vertellen. Daarna ging het de Gordon rivier op, het regenwoud binnen. Wij zaten op de eerste boot dus het water was nog niet verstoord en spiegelglad, weer schone fotos dus. We mochten een wandeling in het regenwoud doen, maar veel meer dan de occasionele walibi en vlieg zagen we niet, nogal logisch als je op stap bent met > 100 gepensioneerde aussies. De grootste attractie was Kai denken we want elke bomma kwam wel eens langs voor een babbeltje en een 'he is so cute!!!' en een foto. Helaas weet ons manneke dat maar al te goed. Hij moet nog maar iemand zien en hij poseert al en tovert zijn schoonste lach boven. En als ze dan nog niet kijken dan wroet en roept hij tot ze aandacht geven.
Na het regenwoud werden we nog gedropt op Sarahs island. Tasmanië was namelijk net als zoveel kolonies een eiland waar gevangen gedropt worden. En de levensomstandigheden waren hier zo hard dat gevangenen vaak een moord pleegden om geëxicutioneerd te worden. We kregen de ganse uitleg met veel animo van een overenthousiaste chileense toneelspeler.
Na de cruise trokken we door naar Craddle NP, de andere kant dan de vorige keer. Helaas was het weer aan het keren en tegen de volgende ochtend had het al geregend en het zag er niet super uit. We besloten om dus geen langere tocht te doen, maar een paar korte wandelingen. Na Craddle mountain NP moesten we weer heel veel kilometers rijden naar het volgende NP: Mount Field, één van Tasmaniës drukst bezochten NP. Omdat we nog vrij vroeg in de namiddag waren besloten we verder de vallei binnen te rijden, naar Gordon Dam, Tasmaniës grootste dam. We waren daar zowat alleen op de wereld maar helaas kregen we daar nogal een stortbui over ons. Na ons avondeten besloten we om toch nog de bochtige rit naar beneden te riskeren om al aan Mount Field NP te kunnen kamperen. Strikt gezien mogen we snachts niet rijden, te gevaarlijk voor schade aan de camper. En voor de inheemse fauna. Het aantal plat gereden beestjes hier is gigantisch. Elke 100 meten zie je wel een karkas. We zien bijna meer dode beesten dan levende. Dus wij met ogen goed open naar beneden, zo lang mogelijk zonder lichten, om de beestjes niet te verblinden. Hoe donkerder, hoe weer beestjes op de weg kwamen. Gelukkig sprongen ze allemaal braaf de juiste kant op, de berm in. Tegen dat we aan het NP kwamen was het pikkedonker en moesten we stapvoets rijden want de weg zat gewoon vol springers. Op de parking van het NP hielden ze precies een theekransje. Voor Bart natuurlijk weer de ideale gelegenheid om de pillamp en het fototoestel boven te halen. De beestjes keken even nieuwschierig naar ons als wij naar hen. Midden in de nacht wilde één van hen zelfs even op bezoek in de camper. Via de deur lukte het niet dus probeerde hij het dan maar via het luikje in het dak. Hij is gelukkig niet binnen geraakt.
Deze morgen wilden we naar hoog in het park, maar met onze camper mogen we niet op grindwegen plus de weg zou nogal smal zijn en de bomen te laag. Wij hebben dan maar geprobeerd er al liftend te geraken maar dat duurde een tijdje want de meeste toeristen zijn enkel geïnteresseerd in de omgeving rond het visitor centre. Gelukkig kregen we na een tijdje een lift. Boven was eht een pak kouder en het weer zag er weer dreigend uit. Na een fikse wandeling vreesden we al geen lift naar beneden te krijgen omdat er maar een paar autos op de parking stonden maar gelukkig vertrok er juist een auto naar beneden. Na nog een stop aan enkele watervallen zat onze NP belevenis er op.
Nu staan we op een camping niet ver van de luchthaven om alle was en plas te doen, de camper op te kuisen etc. Morgenochtend vliegen we al terug naar Sydney. Hopelijk geraakt onze camper goed door de inspectie en zal de schade aan het dak niet teveel kosten. Verder gaan we onze camper properder achter laten dan we ze gekregen hebben.
Zon zee en strand
In 2007 na onze fiets toer door zuid oost Azië reageerde ik op deze blog teleurgesteld omdat de witte stranden uit de vakantie folders waar ik zo naar uit gekeken had, eerder bruinig waren. Wel, we hebben ze gevonden, die immense witte stranden met zand dat nog fijner lijkt dan het noordzee strand. Na onze online sessie in de lokale bibliotheek gisteren trokken we naar de 'Bay of fires'. Tientallen kilometers witte stranden met clusters rood getinten rotsblokken. En nu weet ik waar de kleur appelblauwzeegroen vandaan komt want dit is de kleur van de zee hier. En al dat moois heb je praktisch voor jezelf, af en toe kom je een verdwaalde toerist tegen, meer niet. We hebben enkele uren op 't strand gezeten. Bart heeft met ons picknic deken uit de Decathlon een geïmproviseerd strandhutje gebouwd zodat Kai in de schaduw kon zitten en voor de rest kun je hier uren naar het spel van de golven zitten kijken.
Nadien zijn we het binnenland ingetrokken. Eindbestemming was origineel Launceston, Tasmaniës 2de grootste stad (70000 inwoners), maar veel zin in stadsbezoeken hadden we niet. Na een korte wandeling door de stads grootste recreatiedomein, een grote kloof met een rivierloop met vijvers, rotsen, een openbaar zwembad en warempel een stoeltjeslift van 200 meter besloten we om toch verder te trekken. Op die manier hebben we een dag gewonnen om wat meer van de national parks te bezoeken. Het is al tegen 22h wanneer we een staanplaats voor campervans vinden en bij het parkeren vergeet Bart even dat ons vehikel 3,5 meter hoog is. Resultaat: een schone schaafplek plus barst in het dak. Nu betalen we hier wel elke dag een schoon bedrag aan verzekering om alle risico af te kopen en dat dekt zowat alles behalve schade aan de onderkant en jawel aan het dak. Wij vrezen alweer voor onze portemonnee.
Vandaag is onze eerste bestemming Mole Creek National Park waar we zo dadelijk een grottenstelsel gaan bezoeken. Straks rijden we ook nog door naar Craddle valley National Park, 1 van de bekendste en mooiste national parks hier.
UPDATE:
Intussen zijn we aan Craddle NP toegekomen. We hebben nog net een plaatsje op de campsite kunnen bemachtigen, niet goedkoop, en niet simpel met zo'n gevaarte als dat van ons. We konden daarnet even op het internet, maar niet met onze eigen computer en we mochten ook geen USB stick op de gemeenschappelijke computer gebruiken. Bovendien hadden we een erg trage verbinding dus hebben we niet geblogd, enkel wat emails en commentaar gelezen.
We blijven ons een beetje verbazen over Australië (allé het stuk dat we al gezien hebben). Alle bezienswaardigheden zijn per auto te bereiken of met shuttlebus (zelfs al moet je maar 10 min wandelen) en de wandelingen ter plaatse zijn vaak maar 15 minuutjes (bijv naar een uitzichtspunt). De paden zijn ook vaak mooi geprepareerd met leuningen en houten loop planken. Daar kan ik nog wel inomen omdat ze hier heel veel last hebben op bepaalde plaatsen van een 'root rot' (wortel rot) plaag en de plaag wordt overgebracht door geïnfecteerd organisch materiaal die aan je schoenen, banden of kledij blijft hangen.
Maar zo krijgen we wel een beetje 'toerbus' gevoel: je rijdt van 't ene naar 't andere, bezoekt iets, doet een wandelingetje en hup auto weer in. Langs de andere kant vind je hier wel overal informatie centra en elke parking, stop plaats, picnic plaats of uitzichtspunt is hier wel uitgerust met propere toiletten, soms een douche en vooral een gas of electrische BBQ. Ook onze camping nu is uitgerust met tientallen BBQs binnen en buiten. Heel simpel: een metalen plaat wordt het door gasvlam of door elektriek, je doet wat vetstof op, braadt je groenten, vis en vlees, kuist de boel op met wat papier en klaar voor de volgende...erg leuk.
Ook grappig is dat je overal kangeroe achtige beesten ziet. Ze hebben ze hier in alle maten en opeens kan er zo'n beest naast je zitten en je wat dom zitten aan staren. En wie kijkt dan naar wie?
Wednesday, February 17, 2010
We zijn intussen weer een paar dagen verder. En net zoals altijd op vakantie vergeten we welke dag het is en gaan de dagen traag maar ook snel voorbij. De laatste paar dagen hebben we mogen genieten van uitzonderlijk warm en mooi nazomer weer. Met de bijhorende verbrande penzen uiteraard. Na onze trip naar het zuiden van Tasmanië bezochten we het 'Tasman peninsula' met een voormalige strafkolonie die we van ver eens gezien hebben en met een hoop kliffen waar de oceaan zich op te pletter smijt. Daardoor ontstaan blowholes (waar zachtere rots tussen de hardere lagen door het zeewater weg gesleten wordt ontstaan allerlei gaten waardoor de oceaan omhoog spuit). We bezochten er ook een soort dierenpark waar de zo befaamde "tasmaanse duivel' beschermd en gekweekt wordt. Er zijn niet zoveel meer van die beestjes over, zeker niet nu al meer dan 60% van de populatie gedood is door een vorm van kanker. Leuk om die beestjes toch nog gezien te hebben. Daarna reden we door naar Freycinet National Park waar zich 1 van de mooiste stranden/baai ter wereld zou bevinden. We bleven een 2 tal dagen in het park. De eerste dag (namiddag) deden we een paar kleine wandelingen en spenderen voor de rest wat uurtjes op 't strand. De zee was voor ons wel een beetje te koud om echt in te zwemmen. Vandaag dan wilden we dat befaamde strand (wineglas bay) bezoeken. Nu komen er horden toeristen op dit fenomeen af. De meesten doen een korte wandeling naar een uitzichtspunt voor de obligatoire fotos en zijn dan terug weg. Een paar lopen dan een uurtje verder tot op het strand zelf. Wij hadden geen zin in massa toerisme dus besloten we naar een bergtop te wandelen vanwaar je ongelooflijk zicht op de baai zou hebben. Volgens het informatie centrum ging het om een zware wandeling met klimmen en zeker niet aan te raden wanneer het nat zou liggen. Maar omdat alle wandelingen hier zo massatoeristisch aangelegd zijn geloofden we er niet teveel van. En toch was ze moeilijk genoeg. Inderdaad heel veel klauterwerk maar we hebben al veel zwaardere/moeilijkere dingen gedaan, alleen niet met een baby op de rug natuurlijk. Boven was het zicht inderdaad fenomenaal. Er zaten al een paar andere vroege vogels (een australische oudere dame, een schot die de wereld rond reist en een ouder tasmaans koppel) op de top. Groot was hun verbazing toen we Kai opeens uit de draagdoek toverden (niemand had hem zien zitten, helemaal beschut in de draagdoek). Hij zal 1 van de weinig babies zijn die ooit op de top van Mount Amos geweest is. We besluiten om samen met de anderen naar beneden te klimmen (safety in numbers). Terug beneden besluiten we met de dame en de schot op het strand te gaan picnicken en zwemmen. 't wordt weer een leuke bedoening. Ik leer intussen ook dat die blauwe blaasjes waar ik gisteren op één van de rotsstrandjes in zitten koteren heb (ik dacht dat het zeewier was) één van de gevaarlijkste kwallen ter wereld is (portugees oorlogschip). Als je die op 't strand ziet liggen spring je best niet in 't water. Gelukkig waren het allemaal kleintjes...
Na het strandonderonsje nemen we de schot mee en rijden nog meer noordwaards langs de kust (met de nodige fotogenieke strand en oceaan zichten) om uiteindelijk St Helens te bereiken. Hier eindigt de geasfalteerde baan naar het noorden (verder langs de kust) en begint een 29 km lang strand : bay of fires, alweer 1 van de mooiste ter wereld. Morgen gaan we even een strandwandeling doen vooraleer we het binnenland in trekken om alweer een gans andere fauna en flora te ontdekken: op naar de alpiene hooglanden met regenwoud en meren! We merken nu ook steeds meer en meer dat 11 dagen veel te weinig is om Tasmanië te bezoeken. Een maand zou veel betern zijn!
Subscribe to:
Comments (Atom)
